DE

Geschiedenis

Huisvesting

Bevolking

Kerkelijk

Nijverheid

Landbouw

Valkeniers

Politiek

Arendonk

In het noordoosten van de provincie Antwerpen, in het arrondissement Turnhout, ligt op 5057 hectaren zandige en moerassige bodem, de grotendeels landelijke gemeente Arendonk, die nu ruim 12.000 inwoners telt.
Reeds grensgemeente tegenover het prinsbisdom Luik in het hertogdom Brabant, kwam er na de scheiding van de Nederlandse gewesten in 1648 nog een grens bij tegenover de Verenigde Provincies. In het hertogdom Brabant behoorde de heerlijkheid Arendonk tot het Land van Turnhout samen met Oud-Turnhout, Weelde, Poppel, Ravels, Merksplas, Beerse, Vosselaar, Gierle, Lille, Wechelderzande, Vlimmeren en Baarle Hertog.

Op kerkelijk gebied lag Arendonk in het bisdom Luik tot de oprichting van de nieuwe bisdommen in 1559: de parochie onder het bisdom ’s-Hertogenbosch bracht, in het aartsdiaconaat van de Kempen en de dekenij Hilvarenbeek. In de tweede helft van de XVII° eeuw werd er voor het Spaanse gedeelte van voornoemd bisdom naar een nieuwe schikking gezocht, die pas in 1730 gevonden werd met de overheveling naar het bisdom Antwerpen en de dekenij Geel.

Op bestuurlijk gebied behoorde de vrijheid Arendonk tot het kwartier Turnhout in het hertogdom Brabant.

Alhoewel niet op het grondgebied van de gemeente gelegen, dient hier ook de aandacht gevestigd op twee kerkelijke instellingen die een niet te onderschatten invloed op de inwoners gehad hebben. De eerste op het grondgebied van de gemeente Mol, is de priorij Postel. Deze werd in 1140 gesticht als onafhankelijkheid van de abdij van Floreffe ( provincie Namen) en in 1621 tot de rang van abdij verheven om onder de Franse bezetting in 1797 afgeschaft te worden. De tweede kerkelijke instelling is de priorij van Corsendonk, in 1395 door Maria van Brabant, hertogin van Gelder, op het grondgebied van Oud-Turnhout gesticht en in 1783 door Jozef II afgeschaft.

Arendonk stond bij talrijke Europese hoven bekend voor zijn valkeniers. Reeds in 1592 en 1632 blijken valkeniers een vennootschap gevormd te hebben voor hun reizen naar Koerland, Lijfland en Polen evenals voor het valkenleggen in Denemarken. Dienst bij de koning van Zweden wordt ingeroepen om vrijstelling als momber te bekomen. De langdurige afwezigheid van de valkeniers verplichtte hen volmachten te verlenen.